Door
In ADHD, Blog

Twee verschillende kinderen

Vanaf het moment dat ik wist dat ik een tweeling kreeg, wilde ik maar één ding: twee verschillende kinderen.

Niet dat ze niet op elkaar mochten lijken maar ik wilde ze als individu op laten groeien en behandelen. Pas bij de bevalling hoorde ik dat ik ook twee verschillende kinderen gekregen had; een meisje en een jongen (op volgorde van geboorte).

Hoe moet je vanaf de geboorte weten dat je kind anders is?

Niet, zeg ik als ervaringsdeskundige. Ieder kind is anders. Zeg ik als moeder van een tweeling. Natuurlijk zie je verschillen. Waar de één dagelijks het onmogelijke probeerde te kunnen, wachtte de ander af tot ie niet meer zou vallen of zich zou bezeren. Met ieder een eigen box, wist het kleine doordouwertje net zolang aan het boxkleed van haar broer te trekken tot ze zijn speeltjes door de tralies heen te pakken kreeg. Ze kon nog niet omrollen maar dat kon ze wel. Lukte het niet meteen, werd ze zo boos dat het wel lukte. Zo leerde ze zichzelf dagelijks nieuwe dingen.

Herkennen we niet heel vaak iets van onszelf?

Natuurlijk heb ik me weleens afgevraagd hoe het kon dat zo’n klein wezentje al zulke nachtmerries kon hebben. Maar ik ben ook ervaringsdeskundige in nachtmerries. Erfelijk dus. De boosheid als iets niet lukte? Voelen we dat niet allemaal weleens? Herkennen we niet heel vaak iets van onszelf? Of van onze partner?

Eigenlijk heb ik vanaf het begin een enorme bewondering gehad voor haar doorzettingsvermogen. Oeverloos blijven proberen tot het lukte. Schijnbaar zonder angst nieuwe dingen proberen. Vol energie. Bijna altijd heel vrolijk en vol vragen. Een heerlijk kind. Twee heerlijke kinderen. Die elkaar aanvulden en dus heel anders waren. Zijn.

Waar de één iedere nieuwe situatie vol vertrouwen tegemoet ging, de ander meesleepte. Waar de ander vol vertrouwen nieuwe mensen tegemoet ging en daar de één in meesleepte. Samen konden ze vanaf het begin de wereld aan. In hun eigenheid. In hun verscheidenheid.

Had ik een kind wat anders was?

Zodra ik één kind op haar of zijn donder gaf, had ik twee boze kinderen tegenover me. Bijna altijd bleek achteraf dat ik het verkeerde kind op haar of zijn donder had gegeven.

Errepul | blogger Wijzermetjebeperking.nl

Waar de één alles durfde, had de ander alles vrij snel uitgevogeld. Een gevaarlijke combinatie bij kleine kinderen; de één klom uit haar ledikant (ja, er overheen) duwde het tweede ledikant naar de deur met omhoogstaande deurklink. Nummer 2 maakte de deur open. Ledikant weer terug, broertje eruit trekken, naar de slaapkamer van papa en mama. Hop in bed met de afstandsbediening. Nummer 2 wist hoe de knopjes werkte dus heerlijk tv-kijken in het grote bed. Ze waren pas 2 jaar maar toen al een gevaarlijke combinatie.

Had ik een kind wat anders was? Ik had er twee. Had ik een kind dat bijzonder was? Ik had er twee. Had ik een kind met een beperking? Nee. Niet meer dan alle andere mensen op deze wereld. We hebben allemaal onze beperkingen. Gelukkig maar. Als er niets meer te leren valt, is er geen reden meer om uit je bed te komen. Toch?

Over: Errepul

Errepul (54): het koosnaampje van mijn vader voor mij. Errepul, Brabants voor aardappel. Om twee redenen neem ik aan. Ik ben de jongste én de kleinste van het gezin. Mijn vader is de reden dat ik heel veel jaren geleden ben gaan schrijven. Toen in dagboekvorm. De nachtmerries, de dromen. Alles verdween in mijn dagboek waardoor er plaats kwam in mijn hoofd. Maar ook de dagdromen, de wensen, de onmogelijkheden durfde ik daar te verwoorden.

Schrijven is voor mij de manier om met verbazingwekkende momenten om te gaan. Om mistflarden in mijn hoofd aan elkaar te knopen tot een helder moment.

Recente berichten