Ik ben altijd zo onhandig

Denk eraan niet staren. Enkel oogcontact. Maak geen rare opmerkingen of grapjes. Let op je woorden. Geef een hand, een schouderklop… Nee! Zwaai maar gewoon.


Eerste ontmoetingen

Op school sprak de docent over een onderzoek, waaruit bleek dat je precies 4 seconden hebt om een goede indruk te maken. Ik ben sowieso al iemand die redelijk verlegen is. Uit mezelf zou ik nooit op iemand afstappen die ik niet ken. Meerderen zullen zich hier wel in herkennen. Als ik dan toch contact wil maken met iemand, dan overdenk ik het hele proces. Geef ik een hand ja of nee? Stel ik me voor met de naam van mijn man of mijn meisjesnaam? Vraag ik hoe het met deze persoon gaat of juist niet? Duizenden vragen dwarrelen rond in mijn hoofd. Uiteindelijk wanneer het moment aanbreekt, vergeet ik alles wat ik had bedacht. Je raakt ofwel in de flow of je vliegt op automatische piloot. Meestal valt de ontmoeting, achteraf gezien, best mee. Toch analyseer ik het hele gesprek daarna nog een aantal keer. Wat heb ik gezegd? Wat had ik moeten zeggen? Welke indruk heeft dit achtergelaten? Zoals je al gemerkt zult hebben. Ik overdenk situaties teveel.


Het waarom

Vaak kreeg ik te horen dat mensen mij “vergaten”. Ik heb geen heel excentrieke persoonlijkheid, noch ben ik van het heel aanwezige type. Dat wil ik ook niet zijn. Ik bemerkte dat ik enkel mezelf kon zijn als de ander dat was. Mijn doel bleek toen steeds meer vorm te krijgen. Ik wil dat de ander zich ‘veilig’ en fijn genoeg bij mij voelt om volledig zichzelf te kunnen zijn. Maar hoe zorg je daarvoor?

Openheid en eerlijkheid bevorderen meestal een goede communicatie. Echter speelt ook hier de eerste ontmoeting een van de belangrijkste rollen in dit proces. Toch lijkt dit me telkens te mislukken wanneer ik iemand met een beperking ontmoet.

Onhandig

Een week geleden ontmoette ik een man die door ALS het gebruik van zijn rechterarm verloor. Ik had hem wel al vaker kort begroet, maar dit was de eerste keer na zijn diagnose.

Blog Asmara: ik ben altijd zo onhandig

Net zoals altijd dacht ik na over heel het begroetingsproces. Ik kon hem geen hand geven zoals vroeger. Wat moest ik dan doen? Reik ik hem mijn linkerhand toe? Geef ik hem een klopje op zijn schouder? Zwaai ik of zeg ik gewoon “hoi”?

Natuurlijk wanneer het moment dan eindelijk daar was, vergat ik mijn plan. Uit enthousiasme reik ik eerst mijn rechterhand, om daarna te concluderen dat dit niet ging. In een fractie van een seconde verander ik van idee en geef hem een kneepje in zijn bovenarm. Terwijl hij mij zijn linkerhand uitreikt. Ik neem zijn hand deze vast en schud deze met mijn rechterhand. Toen viel er een kleine ‘awkward’ stilte waar we onwennig naar elkaar lachten en verder gingen met de rest van de groep te begroeten. Wat haat ik zulke momenten.

Nu denk je misschien ‘vraag dan gewoon welke manier hij fijn vindt om begroet te worden’. Je hebt vast gelijk. Misschien moet ik dat maar eens doen.

Over Asmara Horlez

Old school, getrouwde twintiger met een voorliefde voor communicatie. Een nieuwsgierig Aagje, dat ongegeneerd vragen stelt. Naast een talenknobbel heeft Asmara ook last van een creabeabochel. Liefde voor haar medemens drijft haar om steeds nieuwe manieren te vinden om de ander te helpen. Als een van Jehovah’s getuigen komt ze in aanraking met verschillende soorten mensen zowel binnen als buiten de gemeenschap. Die ervaringen en zelfanalyses gebruikt ze bij het schrijven van de blogs.

Recente berichten